Bij Scouting houden we wel van een vuurtje. Maar wist je dat we ook verschillende soorten vuur kennen? Want het ene vuurtje is het andere niet.

Piramidevuur

Het piramidevuur is het meest gebruikte vuur. Het brandt fel en geeft snel hoge vlammen. Daardoor geeft het snel veel warmte. Een nadeel is wel dat je brandstof, het hout, ook heel snel verbrandt.

Pagodevuur

Het pagodevuur komt in elke vuurhandleiding voor, daarom staat het ook in dit verhaal. Ook dit brandt snel en fel. Wij geven zelf de voorkeur aan een piramidevuur. Als je toevallig allemaal stammetjes met ongeveer dezelfde dikte en verschillende lengtes hebt liggen, is het weer eens wat anders.

Jagersvuur

Een jagersvuur is bedoeld om op te koken, of thee op te zetten. Het is een klein vuurtje dat tussen drie stenen gestookt wordt. Drie stenen omdat je pot of pan op vier stenen kan gaan wiebelen.

Stervuur

Als je geen stenen hebt om een jagersvuur mee te maken, of het hout dat je hebt is te groot voor het vuur, kun je een stervuur maken. Zodra het kleine piramidevuurtje in het midden is ingestort en de grote stammen branden, kun je een opt of ketel op de grote stammen zetten. Wel opletten, want je moet de stammen af en toe een beetje naar binnen schuiven. Ook als je een klein vuur wilt maken met groot hout kan een stervuur de oplossing zijn.

Zweedse fakkel

Bij een Zweedse fakkel begin je het vuur in het midden van het stammetje, meestal met een tondel of een aanmaakblokje. Een zweedse fakkel kan afhankelijk van de dikte meerdere uren branden en in het begin is hij uitermate geschikt om op te koken. Meestal wordt een Zweedse fakkel met een motorzaag gemaakt, Het hout wordt ook wel meet een bijl gespleten en vervolgens weer bij elkaar gebonden. Tegenwoordig zijn ze vaak kant-en-klaar in de winkel (tuincentrum of bouwmarkt) te koop.

Nying of Fins houthakkersvuur

Een nying (spreek uit: nujing) wordt door echte bushcrafters wel gebruikt als een vuur om bij te slapen. Het brandt zeer lang. Als eerste wordt tussen de onderste twee balken een vuurtje gestookt. Op een gegeven moment zullen de dwarsbalkjes doorbranden. Daarna kan er minder zuurstof bij en wordt het een smeulend vuur in plaats van een vuur met vlammen. Zorg er wel voor dat je alleen bij een vuur gaat slapen als je heel goed weet wat je doet. Het is in een moderne nylon slaapzak bijvoorbeeld geen goed idee.

Wintervuur

Een wintervuur heeft iets weg van een pagodevuur, maar dan wordt het hout zeer dicht op elkaar gepakt. Ook dit vuur zal eerder smeulen dan vlammen geven en het is erop gemaakt dat het ook in de slechtste weersaomstandigheden aan blijft. 

Natuurlijk zijn er ook nog vuren zoals een tafelvuur en een kribvuur, maar die zijn eerder genoemd naar de plek waarop gestookt wordt dan de vorm van het vuur. Daar komen we later nog weleens op terug.