Op leidingweekend heeft de leiding al druk geoefend met vuur maken. Niet zomaar met lucifers of een aansteker, maar met een vuurboog en met vuurstenen. Daar bleek dat het nog niet zo eenvoudig was, maar de resultaten waren hoopgevend. We hopen dan ook dat de leiding in de loop van komend seizoen zo kundig geworden is in het vuurmaken, dat ze het ook aan de kinderen kunnen leren. Natuurlijk is het een beetje afhankelijk van je leeftijd welke technieken aangeboden worden.

Een vuurboog of vuurboor is een houten gereedschap om vuur te maken door middel van wrijving. Met behulp van een boog en een pees draai je een houten boor in een ander stuk hout waardoor dit tot poeder wordt vermalen. Na flink boren wordt dit poeder zo heet dat er een kooltje ontstaat. Met dit kooltje kun je weer tondel aansteken.


Tondel is een verzamelwoord voor materialen die makkelijk in brand gaan en die worden gebruikt om een vuur mee te beginnen. Voorbeelden van tondel zijn berkenschors, gedroogd gras, gedroogde tondelzwam en Fat Wood of Maya Sticks. Fat Wood en Maya Stiks zijn twee woorden voor hetzelfde: naaldhout met heel veel hars erin. 

Met een vuurslag en een vuursteen kun je ook vuur maken. Door met de vuurslag tegen de vuursteen te slaan springen er allemaal vonken op. Als een van die vonken op je tondel, bijvoorbeeld verkoold katoen, komt, kan dit beginnen te smeulen en heb je het begin van een vuurtje.

Magnesiumsticks werken op eenzelfde manier: door een metalen strijker langs de magnesiumstick te halen en de vonkje op de tondel te richten, gaat de tondel smeulen. Door te blazen en meer brandbaar materiaal toe te voegen maak je daar een vuurtje van.