Misschien ben je nieuwsgierig hoe onze Scoutinggroep begonnen is. Alleen niemand van de huidige leden is erbij geweest. Ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de St. Radboudgroep in 1970 schreef de eerste hopman, Hans Wouterlood, een stukje over de eerste jaren met de bovenstaande titel in het jubileumboekje. Hans Wouterlood had zelf wel Scoutingervaring: als voortrekker (dat is nu een stamlid) was hij voor de oorlog naar de Nationale Jamboree van Amerika geweest. Daar heeft hij een boekje over geschreven en dat kun je hier op Delpher terugvinden.

Het is wel een unieke ervaring als de klok ineens 25 jaar wordt teruggezet. De oorzaak hiervan was een brief uit Santpoort, met het bericht dat de Radboudgroep in 't zilver gaat staan. Die brief las ik in Alphen aan den Rijn, waar ik woon en werk. Mijn gedachten raasden terug door de tijd, en daar stond ik dan opeens weer als aanvoerder tussen een rare bende wakkere knapen die bij voorbaat verkenner wilden worden, maar die niet wisten hoe dat nu eigenlijk wel in z'n werk ging.

Niemand in de parochie wist dat, óók kapelaan H.C. de Graaf niet, die op slag tot aalmoezenier werd gebombardeerd. Hij ging ijverig boeken naslaan, om te weten te komen wat dat eigenaardige begrip inhield. 

Een en ander was destijds niet verwonderlijk, want de oorlogsjaren waren over ons heen gegaan en alles wat de goede oude vooroorlogse tijd aan roemruchte verkennersbelevenissen had opgeleverd, was vervluchtigd tot een soort legende. 

Zogezegd, daar stonden we dan: twee patrouilles, vers in oprichting van iets dat groots moest worden. Ons HK was de uit de oorlog overgebleven gaarkeuken, een gebouwtje bij de ingang van het schoolplein naast de kerk. Het was een onmogelijke pijpenla van drie meter breed en zo'n tien meter lang; het had één deur, en was precies hoog genoeg voor mij om overeind te blijven (en dat is vrij hoog). De troep kon er op één rij in de lengte net in, en dat was voor ons toen meer dan voldoende ... het was voor ons een waar paleis.

In dat paleis deelden twee vaandrigs de lakens uit: Theo Duyn en Gert van Roozendaal. Dan volgden de steunpilaren van de bende, de beide PL's Arie Huybens en Wim van Westerop. En daarna kwam het gewone voetvolk; namen en mannen om nooit te vergeten: de gebroeders Witteman, ene Henk, enfin een hele rij, en zelfs Jansen ontbrak niet.

Dit waren dus de Radboudmannen van het eerste uur: een stel klungels, die aan Moeder moesten vragen hoe een echte platte knoop in elkaar zat. Maar ze waren leergierig, en hun enthousiasme barstte al gauw de gaarkeuken uit. Ze zorgden er wel voor dat in m'n tegenzin in "Verkennersspelletjes uit het boekje" dapper overwon, en sleurden dikwijls mij en de aalmoezenier resp. huis en pastorie uit omdat er alwéér iets geweldigs moest gebeuren.

En ziet, het wonder voltrok zich in ijltempo en in één jaar tijds is er een troep opgebloeid die respect wist af te dwingen, alom, in verre omtrek.

Een van de speciale eigenschappen van de eerste Radboudgroep wil ik hier vermelden. Na zo'n jaar pionieren bleek het zo te kunnen, dat hopman en vaandrigs wel nuttig voor de troep waren, maar niet te allen tijde beslist nodig. Zonder leiding en met stille trom togen twee patrouilles naar de districtswedstrijden en ze sleurden er nog een hoge prijs uit ook. 's Avonds kwamen ze dat effe vertellen.

Ook zonder staf kon bijvoorbeeld een troepmiddag doorgaan, of een spel worden gespeeld. Daar zorgden de patrouilleleiders wel voor. Het eerste zomerkamp werd in recordtijd model opgebouwd, zonder dat inj de wijde omtrek de staf te bespeuren viel. Die zat thee te drinken en pijpjes te smoren in een kantine, 10 minuten verderop.

En dat kon, omdat de knapen door en door getraind waren in het zelf herkennen van hun mogelijkheden. Zo ging dat toen. En niet per abuis. Vrienden van nu, het is me onmogelijk zovele goede herinneringen aan de eerste Radboudtroep in dit kleine bestek samen te persen. Het bizarre verhaal is daar te lang voor.

Het zijn eigenlijk evenzovele aparte hoofdstukken: die kisten met uniformen en uitrusting die we ontvingen van de Boy scouts of America; dat kampvuur in de Haarlemmerhout met enige duizenden toeschouwers; het samenspel met de troepen uit Bloemendaal en Overveen; het beweeglijke strijdcarree uit de tijd van Napoleon dat dikke Mees zoveel moeite kostte; de pannekoekenfuif voor ouders en familie in het zomerkamp "Saxenheim", en het Radboudlied, waarvoor nooit een Edison werd uitgereikt.

Bij mijn afscheid van de Radboudgroep bestond deze uit een meer dan voltallige verkennerstroep en twee welpenhorden. De horden werden opgericht en geleid door Akeela Lucy Strijbosch, met aan haar zijde: Riet van Leeuwen, Truus Wouterlood en Hanny Vader.

Graag zou ik op jullie zilveren feest de "mannen van toen" nog eens terugzien, om de historie te laten herleven in het bijzijn van de "mannen die na ons kwamen" en de "mannen van nu". We zouoden elkaar heel wat kunnen vertellen.

Al deze Radboud-jaargangen van leiders en leidsters, verkenners en welpen en voortrekkers, wil ik bij deze feliciteren op dit feest, omdat zij allen, stuk voor stuk, hun bijdragen stapelden op de onze, en zo de groep maakten tot wat zij nu is: een levensvatbare jeugdgroep met een kwart eeuw traditie.

H.J. Wouterlood
1e Hopman b.d.